Opletten met de depositogarantie tot 100.000€!!!
Geplaatst: 18 december 2008, 22:32
Tot 100.000€ ?
Op 17 november 2008 verscheen in het Belgisch Staatsblad een nieuw koninklijk besluit waarmee het maximumbedrag voor de bescherming van deposito's werd opgetrokken van 20.000 euro tot 100.000 euro.
Op 17 november 2008 verscheen in het Belgisch Staatsblad een nieuw koninklijk besluit waarmee het maximumbedrag voor de bescherming van deposito’s werd opgetrokken van 20.000 euro tot 100.000 euro. Hoewel er fundamenteel niets verandert voor de spaarder, voorzien de bepalingen ook, en dat is nieuw, dat producten van tak 21 onder deze bescherming vallen. De fameuze spaarrekeningen in de vorm van levensverzekeringen van tak 21 worden door de wetgever dus gelijkgesteld met klassieke spaarproducten, met uitzondering van contracten van tak 21 met betrekking tot aanvullende pensioenen georganiseerd door een onderneming of een sector (de aanvullende pensioenen van de zogenaamde “tweede pijler”).
Maar opgelet, de tussenkomst is onderworpen aan verschillende voorwaarden.
De vraag is dus op wie deze waarborg precies van toepassing is. Over welke producten gaat het? Welke instellingen kunnen deze waarborg bieden? En tot slot, waar komt die waarborg vandaan? Onze schatkistbewaarders mogen dan al creatief zijn, met David Copperfield kunnen ze toch niet wedijveren. Gaat het dus om een illusie of een desillusie?
Zichtrekening, termijnrekening, spaarrekening...
De depositobescherming is van toepassing op alle tegoeden op een zichtrekening, een termijnrekening of spaarrekening, evenals op kasbons op naam of in bewaargeving.
Na aftrek van de schulden (kredieten) die de rekeninghouder eventueel heeft tegenover de instelling in kwestie, worden de creditsaldi van deze rekeningen opgeteld en het totaal wordt vergeleken met het maximumbedrag van de waarborg.
zichtrekening: 5.000 euros
termijnrekeningen: 25.000 euros
spaarrekening : 50.000 euros
kasbon onder dossier : 30.000 euros
De tegoeden bedragen in totaal 110.000 euro en zijn beschermd ten belope van maximum 100.000 euro.
Kasbons aan toonder vallen dus niet onder de bescherming, behalve wanneer ze op rekening gehouden worden bij de emitterende instelling of bij een andere door haar aangeduide instelling indien zij zelf dit soort service niet organiseert voor haar cliënteel.
En de gemeenschappelijke rekeningen?
Het wordt iets ingewikkelder wanneer we het hebben over gemeenschappelijke rekeningen. Behoudens het tegengestelde bewijs wordt het saldo van een gemeenschappelijke rekening in gelijke delen verdeeld onder de co-houders. Laat ons het voorbeeld nemen van een koppel dat de volgende rekeningen bezit :
de echtgenoot heeft een zichtrekening :15.000 euro
de echtgenoot heeft een kasbon op zijn naam :60.000 euro
de echtgenote heeft een zichtrekening :25.000 euro
het koppel heeft een spaarboekje : 100.000 euro
De echtgenoot bezit in totaal 15.000 + 60.000 + de helft van 100.000 of 50.000.
In totaal gaat het om 125.000 euro, de tegoeden zijn beschermd tot 100.000 euro. De echtgenote bezit in totaal 25.000 + de helft van 100.000 = 75.000 euro. Haar tegoeden zijn volledig beschermd.
Het koppel geniet in totaal een bescherming van 175.000 euro tegenover hun totale tegoeden van 200.000 euro. Ze hebben evenwel de mogelijkheid om hun bescherming te optimaliseren tot 200.000, bij voorbeeld door hun tegoeden anders te verdelen over hun rekeningen of door bepaalde tegoeden gemeenschappelijk te maken.
Om het reglement van het Beschermingsfonds toe te passen, kan een rekening slechts als gemeenschappelijk worden beschouwd indien de klanten co-houders van de rekening zijn en dus rechten kunnen uitoefenen op de totaliteit van de rekening met de handtekening van slechts één van deze personen. Als de handtekening van beide houders vereist is, dan kan de rekening niet beschouwd worden als gemeenschappelijk. De limiet ligt dan op 100.000 €. Een volmachthouder kan niet als een co-houder worden beschouwd.
En wat met de zelfstandigen?
De door het Beschermingsfonds geboden waarborg is in principe zowel van toepassing op natuurlijke als rechtspersonen. Maar er zijn uitzonderingen. Zo zijn natuurlijke personen uitgesloten die bestuurder zijn van een kredietinstelling, een beursvennootschap, ... evenals natuurlijke personen die meer dan 5% bezitten van het kapitaal van een kredietinstelling, een beursvennootschap, ...
De waarborg kan ook van toepassing zijn op zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). Wat de exacte bepaling van de hoedanigheid van een KMO betreft, hier stelt het reglement dat een onderneming die een verkorte balans kan opstellen, een beroep kan doen op het Beschermingsfonds.
Grote ondernemingen zijn dus uitgesloten, net als ondernemingen van vergelijkbare omvang uit een land dat geen lidstaat is van de Europese economische ruimte.
In de praktijk gaat het om ondernemingen die als jaargemiddelde meer dan 100 werknemers in dienst hebben of die meer dan een van de volgende criteria overschrijden: een balanstotaal van 3.650.000 euro, een jaaromzet (excl. BTW) van 7.300.000 euro, een gemiddeld personeelsbestand van 50 personen.
Tak 21 " all inclusive " ?
De verklaringen van de Minister van Financiën in de aanloop naar de publicatie van de tekst van het koninklijk besluit, lieten verstaan dat levensverzekeringsproducten van tak 21 die voor de belastingplichtige gelijkgesteld worden met spaarproducten, eveneens onder de waarborg van 100.000 € zouden vallen. Zo gezegd, zo gepubliceerd.
Maar zo evident is het niet. De contracten in kwestie vallen onder de waarborg onder voorwaarden, zo is te lezen op de site van het Beschermingsfonds: verzekeringscontracten van tak 21 worden beschermd indien de verzekeringsonderneming is toegetreden tot het “Bijzonder beschermingsfonds voor deposito’s en levensverzekeringen” dat onlangs werd opgericht in de schoot van de Deposito- en Consignatiekas.

Oprichting van een bijzonder fonds
En daar wringt misschien het schoentje. Bij nader inzien officialiseert het koninklijk besluit de verhoging van het huidige beschermingssysteem van 20.000 tot 50.000 euro en niet tot 100.000 € zoals men zou kunnen geloven. Er wordt gesproken over een bijkomende bescherming gaande van 50.000 tot 100.000 euro via een nieuw Bijzonder Beschermingsfonds in oprichting. Voor de schijf van 0 tot 50.000 € zou het oude Beschermingsfonds zijn rol blijven spelen, behalve wanneer het gaat om producten van tak 21. In dat geval zal het nieuwe Bijzonder Beschermingsfonds tussenkomen.
Dit nieuwe Bijzonder Beschermingsfonds zal gefinancierd worden door de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers (meer informatie vindt u op http://www.beschermingsfonds.be) en de instapkosten van de verzekeringsondernemingen die op vrijwillige basis toetreden. Tot vandaag is er nog maar één maatschappij toegetreden tot het systeem, namelijk Ethias. Ter herinnering, onze verzekeringscontracten worden uitgegeven door ACMN Vie, een verzekeringsmaatschappij naar Frans recht, en zijn gedekt ten belope van 70.000 € per verzekerde. Deze garantie wordt verstrekt door het Fonds français de garantie des Assurances de personnes.
Indien de activa van het Bijzonder Beschermingsfonds niet volstaan, dan zal de Deposito- en Consignatiekas bijspringen.
Wat het Bijzonder Beschermingsfonds betreft, werd er een oproep tot bijdrage gericht aan de deelnemers, waartoe ook BKCP behoort. De bijdrage moet ten laatste op 20 januari 2009 gestort worden.
Net als voor het oorspronkelijke Beschermingsfonds zijn het de deelnemers, vrijwillig of verplicht, die het Bijzonder Beschermingsfonds zullen bevoorraden. Elk jaar en per deelnemer, wordt een percentage van de uitstaande bedragen afgehouden om het Beschermingsfonds te spijzen.
Voor de volledigheid geven we de cijfers van de reserves die opgebouwd zijn door het eerste Beschermingsfonds. Die bedragen 355,7 miljoen euro. Voldoende om kleine ongelukjes te repareren, maar zeker onvoldoende om soelaas te brengen in geval van grote rampen. Daarvoor beschikken we gelukkig over een solide hulporganisatie. De Staat.
Bron: BKCP Financial Street December
Op 17 november 2008 verscheen in het Belgisch Staatsblad een nieuw koninklijk besluit waarmee het maximumbedrag voor de bescherming van deposito's werd opgetrokken van 20.000 euro tot 100.000 euro.
Op 17 november 2008 verscheen in het Belgisch Staatsblad een nieuw koninklijk besluit waarmee het maximumbedrag voor de bescherming van deposito’s werd opgetrokken van 20.000 euro tot 100.000 euro. Hoewel er fundamenteel niets verandert voor de spaarder, voorzien de bepalingen ook, en dat is nieuw, dat producten van tak 21 onder deze bescherming vallen. De fameuze spaarrekeningen in de vorm van levensverzekeringen van tak 21 worden door de wetgever dus gelijkgesteld met klassieke spaarproducten, met uitzondering van contracten van tak 21 met betrekking tot aanvullende pensioenen georganiseerd door een onderneming of een sector (de aanvullende pensioenen van de zogenaamde “tweede pijler”).
Maar opgelet, de tussenkomst is onderworpen aan verschillende voorwaarden.
De vraag is dus op wie deze waarborg precies van toepassing is. Over welke producten gaat het? Welke instellingen kunnen deze waarborg bieden? En tot slot, waar komt die waarborg vandaan? Onze schatkistbewaarders mogen dan al creatief zijn, met David Copperfield kunnen ze toch niet wedijveren. Gaat het dus om een illusie of een desillusie?
Zichtrekening, termijnrekening, spaarrekening...
De depositobescherming is van toepassing op alle tegoeden op een zichtrekening, een termijnrekening of spaarrekening, evenals op kasbons op naam of in bewaargeving.
Na aftrek van de schulden (kredieten) die de rekeninghouder eventueel heeft tegenover de instelling in kwestie, worden de creditsaldi van deze rekeningen opgeteld en het totaal wordt vergeleken met het maximumbedrag van de waarborg.
zichtrekening: 5.000 euros
termijnrekeningen: 25.000 euros
spaarrekening : 50.000 euros
kasbon onder dossier : 30.000 euros
De tegoeden bedragen in totaal 110.000 euro en zijn beschermd ten belope van maximum 100.000 euro.
Kasbons aan toonder vallen dus niet onder de bescherming, behalve wanneer ze op rekening gehouden worden bij de emitterende instelling of bij een andere door haar aangeduide instelling indien zij zelf dit soort service niet organiseert voor haar cliënteel.
En de gemeenschappelijke rekeningen?
Het wordt iets ingewikkelder wanneer we het hebben over gemeenschappelijke rekeningen. Behoudens het tegengestelde bewijs wordt het saldo van een gemeenschappelijke rekening in gelijke delen verdeeld onder de co-houders. Laat ons het voorbeeld nemen van een koppel dat de volgende rekeningen bezit :
de echtgenoot heeft een zichtrekening :15.000 euro
de echtgenoot heeft een kasbon op zijn naam :60.000 euro
de echtgenote heeft een zichtrekening :25.000 euro
het koppel heeft een spaarboekje : 100.000 euro
De echtgenoot bezit in totaal 15.000 + 60.000 + de helft van 100.000 of 50.000.
In totaal gaat het om 125.000 euro, de tegoeden zijn beschermd tot 100.000 euro. De echtgenote bezit in totaal 25.000 + de helft van 100.000 = 75.000 euro. Haar tegoeden zijn volledig beschermd.
Het koppel geniet in totaal een bescherming van 175.000 euro tegenover hun totale tegoeden van 200.000 euro. Ze hebben evenwel de mogelijkheid om hun bescherming te optimaliseren tot 200.000, bij voorbeeld door hun tegoeden anders te verdelen over hun rekeningen of door bepaalde tegoeden gemeenschappelijk te maken.
Om het reglement van het Beschermingsfonds toe te passen, kan een rekening slechts als gemeenschappelijk worden beschouwd indien de klanten co-houders van de rekening zijn en dus rechten kunnen uitoefenen op de totaliteit van de rekening met de handtekening van slechts één van deze personen. Als de handtekening van beide houders vereist is, dan kan de rekening niet beschouwd worden als gemeenschappelijk. De limiet ligt dan op 100.000 €. Een volmachthouder kan niet als een co-houder worden beschouwd.
En wat met de zelfstandigen?
De door het Beschermingsfonds geboden waarborg is in principe zowel van toepassing op natuurlijke als rechtspersonen. Maar er zijn uitzonderingen. Zo zijn natuurlijke personen uitgesloten die bestuurder zijn van een kredietinstelling, een beursvennootschap, ... evenals natuurlijke personen die meer dan 5% bezitten van het kapitaal van een kredietinstelling, een beursvennootschap, ...
De waarborg kan ook van toepassing zijn op zelfstandigen en kleine en middelgrote ondernemingen (KMO’s). Wat de exacte bepaling van de hoedanigheid van een KMO betreft, hier stelt het reglement dat een onderneming die een verkorte balans kan opstellen, een beroep kan doen op het Beschermingsfonds.
Grote ondernemingen zijn dus uitgesloten, net als ondernemingen van vergelijkbare omvang uit een land dat geen lidstaat is van de Europese economische ruimte.
In de praktijk gaat het om ondernemingen die als jaargemiddelde meer dan 100 werknemers in dienst hebben of die meer dan een van de volgende criteria overschrijden: een balanstotaal van 3.650.000 euro, een jaaromzet (excl. BTW) van 7.300.000 euro, een gemiddeld personeelsbestand van 50 personen.
Tak 21 " all inclusive " ?
De verklaringen van de Minister van Financiën in de aanloop naar de publicatie van de tekst van het koninklijk besluit, lieten verstaan dat levensverzekeringsproducten van tak 21 die voor de belastingplichtige gelijkgesteld worden met spaarproducten, eveneens onder de waarborg van 100.000 € zouden vallen. Zo gezegd, zo gepubliceerd.
Maar zo evident is het niet. De contracten in kwestie vallen onder de waarborg onder voorwaarden, zo is te lezen op de site van het Beschermingsfonds: verzekeringscontracten van tak 21 worden beschermd indien de verzekeringsonderneming is toegetreden tot het “Bijzonder beschermingsfonds voor deposito’s en levensverzekeringen” dat onlangs werd opgericht in de schoot van de Deposito- en Consignatiekas.

Oprichting van een bijzonder fonds
En daar wringt misschien het schoentje. Bij nader inzien officialiseert het koninklijk besluit de verhoging van het huidige beschermingssysteem van 20.000 tot 50.000 euro en niet tot 100.000 € zoals men zou kunnen geloven. Er wordt gesproken over een bijkomende bescherming gaande van 50.000 tot 100.000 euro via een nieuw Bijzonder Beschermingsfonds in oprichting. Voor de schijf van 0 tot 50.000 € zou het oude Beschermingsfonds zijn rol blijven spelen, behalve wanneer het gaat om producten van tak 21. In dat geval zal het nieuwe Bijzonder Beschermingsfonds tussenkomen.
Dit nieuwe Bijzonder Beschermingsfonds zal gefinancierd worden door de jaarlijkse bijdragen van de deelnemers (meer informatie vindt u op http://www.beschermingsfonds.be) en de instapkosten van de verzekeringsondernemingen die op vrijwillige basis toetreden. Tot vandaag is er nog maar één maatschappij toegetreden tot het systeem, namelijk Ethias. Ter herinnering, onze verzekeringscontracten worden uitgegeven door ACMN Vie, een verzekeringsmaatschappij naar Frans recht, en zijn gedekt ten belope van 70.000 € per verzekerde. Deze garantie wordt verstrekt door het Fonds français de garantie des Assurances de personnes.
Indien de activa van het Bijzonder Beschermingsfonds niet volstaan, dan zal de Deposito- en Consignatiekas bijspringen.
Wat het Bijzonder Beschermingsfonds betreft, werd er een oproep tot bijdrage gericht aan de deelnemers, waartoe ook BKCP behoort. De bijdrage moet ten laatste op 20 januari 2009 gestort worden.
Net als voor het oorspronkelijke Beschermingsfonds zijn het de deelnemers, vrijwillig of verplicht, die het Bijzonder Beschermingsfonds zullen bevoorraden. Elk jaar en per deelnemer, wordt een percentage van de uitstaande bedragen afgehouden om het Beschermingsfonds te spijzen.
Voor de volledigheid geven we de cijfers van de reserves die opgebouwd zijn door het eerste Beschermingsfonds. Die bedragen 355,7 miljoen euro. Voldoende om kleine ongelukjes te repareren, maar zeker onvoldoende om soelaas te brengen in geval van grote rampen. Daarvoor beschikken we gelukkig over een solide hulporganisatie. De Staat.
Bron: BKCP Financial Street December