Kies ik voor een vaste of een variabele rente?

0
Reageer

Kies ik voor een vaste of een variabele rente?

Eindelijk heeft u uw droomhuis gevonden... Alleen volgt daarop al snel een nieuw moment van keuzestress, wanneer de bank vraagt of u een lening met vaste of variabele rentevoet wil. Om een weloverwogen beslissing te nemen, loont het de moeite om tijdig bij die vraag stil te staan. Wij geven u alvast enkele aandachtspunten mee.

De zekerheid van de vaste rentevoet

Welke formule u kiest, zal voor een groot stuk afhangen van uw profiel. Wie liever op veilig speelt, grijpt eerder naar een vaste rentevoet. In dat geval ligt het risico immers helemaal bij de bank. Stijgt de rente gedurende de looptijd van uw lening, dan blijft u precies evenveel rente betalen. Op dat moment wordt uw lening voor de bank minder interessant of misschien zelfs verlieslatend. Aangezien het risico van een rentestijging voor de bank groter is, zal een lening met een vaste rente altijd duurder uitvallen bij de start.

De kans bestaat natuurlijk ook dat de rente tijdens de looptijd daalt, waardoor u soms nog lange tijd met een (te) hoge rentevoet opgezadeld zit. In dat geval blijft het mogelijk om de lening vervroegd terug te betalen en een nieuw krediet af te sluiten. Dat kan in uw voordeel uitdraaien, ook al hangen aan die oefening extra kosten vast.

Variabele rentevoet: een berekend risico

Bij een lening met variabele rente staat u zelf in voor het risico. Stijgt de rente, dan zal uw lening duurder worden op de contractueel afgesproken data waarop de bank uw intrestvoeten herziet. Een positief punt: om het risico voor de klant in te dijken, is de maximale stijging wettelijk vastgelegd. Als u die maximale stijging financieel aankunt, is een lening met variabele rente het overwegen waard. Het grote voordeel van zo'n lening is dat die zeker bij de start altijd goedkoper zal zijn. Extra fijn is natuurlijk als de financiële goden u zegenen met een sterk dalende rente gedurende de looptijd van uw lening.

Welke formule is vandaag het interessantst?

Aangezien de rentes vandaag laag staan, is de verleiding groot om meteen voor een vaste rentevoet te kiezen. Dat blijkt ook in de praktijk: in 2016 kozen meer dan negen op de tien kredietnemers voor een vaste rentevoet of voor een rentevoet die pas na minstens tien jaar vaste rente aanpasbaar is.

Toch mogen we de variabele rentevoet niet meteen in het verdomhoekje te duwen. De wetgever beschermt u tegen al te grote schommelingen. Zo mag in het tweede jaar van de lening de rentevoet met maximum 1% stijgen tegenover de initiële rentevoet. In het derde jaar is dat een maximale stijging van 2% tegenover de oorspronkelijke rente. Pas vanaf het vierde jaar zijn grotere schommelingen mogelijk. Sowieso mag de rente op leningen met variabele rente maximaal verdubbelen. Zo is het meteen ook gemakkelijk om uit te rekenen welk bedrag u in het slechtste geval moet neertellen.

Doe zelf de berekening

Om vooraf al een vergelijking te kunnen maken, kunt u terecht op onze handige vergelijkingsmodule. U krijgt er een overzicht van welke rentes verschillende banken u momenteel voorschotelen en wat de impact van uw keuze voor een vaste of variabele rentevoet is.

Stel dat de bank u een lening van 100.000 euro voorstelt met een looptijd van twintig jaar en een vaste rente van 2,66%. In dat geval telt u tot het einde van de rit maandelijks 536,17 euro neer. Na de looptijd zal u uiteindelijk 28.679,88 euro hebben betaald.

Maar stel dat de bank u ook een variabele formule met jaarlijkse aanpassing aanbiedt, te starten met een rente van 2,08%. Dan betaalt u in het eerste jaar 508,75 euro per maand. De evolutie van het rentepeil bepaalt het vervolg van het verhaal, maar sowieso kan de rente maximaal tot het dubbele - 4,16% dus - oplopen. In het slechtste scenario heeft u dan 43.326,15 euro neergeteld. Met andere woorden: in dat geval zal de consument met de variabele rentevoet 14.646,27 euro meer betalen dan diegene die voor de veilige vaste rentevoet heeft gekozen.

Hoe langer u de periode tussen de vastgelegde data voor herziening wil rekken - en dus op iets veiliger wil spelen - hoe meer uw startrente in de richting van de vaste rentevoet opschuift. Als u er binnen onze simulatie bijvoorbeeld voor kiest om de rente pas elke vijf jaar te laten aanpassen, mag u bij de start een rente van 2,20% verwachten.

Het kan ook interessant zijn om voor een relatief zekere tussenformule te kiezen, met een iets lagere startbedrag dan een vaste rentevoet. Dan gaat u eerst tien jaar voor zekerheid in de vorm van een vaste rentevoet, om vervolgens om de vijf jaar aanpassingen binnen de toegelaten grenzen voor lief te nemen. Op die manier speelt u op veilig in het eerste deel van de looptijd, op het moment dat de lening het meest doorweegt. Door de daling van de geldwaarde is de kans immers reëel dat u tien jaar later een mogelijk hogere rente met veel meer gemak kunt betalen.

 

Lees meer:

- Jaarlijks kostenpercentage op woonlening kan u misleiden 
- Hoeveel verdient uw bank aan uw lening 
- Zo bespaart u 13.837 euro op uw woonlening

Vindt u het artikel interessant? Geef uw score
(0 stemmen, gemiddeld 0 van de 5)


Categorie: Algemeen nieuws over lenen