Hogere fiscale druk voor de particulieren
Hierna volgt toch al een overzicht van de fiscale besparingsmaatregelen die al bekend raakten. Uit dit overzicht blijkt alvast een fors hogere fiscale druk voor particulieren, bedrijven en consumenten. Toch zijn er ook enkele lichtpuntjes. Zo behouden uw inkomsten en meerwaarden uit verzekeringsproducten hun voordelig fiscaal statuut. Ook beleggingen in vastgoed blijven buiten schot.
In de eerste plaats is in het akkoord voorzien in een roerende voorheffing van 21% op roerende inkomsten uit beleggingsproducten zoals kasbons, dividenden en intresten indien deze minder dan € 20.000 per jaar bedragen. Op deze inkomsten boven € 20.000 komt een aanvullende crisisbijdrage van 4% wat de roerende voorheffing op 25% brengt. Verkregen liquidatieboni en vrijgestelde intresten op spaarboekjes (ten belope van € 1.770 intresten per jaar) vallen niet in de berekening van dit grensbedrag.
Bovendien is de enige manier om die extra 4% te ontwijken, het doorgeven aan de respectievelijke financiële instellingen van een verklaring dat u minder dan € 20.000 aan roerende inkomsten ontvangt. De financiële instellingen zouden die gegevens vervolgens doorgeven aan de Nationale Bank. Ook wordt u verplicht zelf uw buitenlandse rekeningen aan te geven aan de Nationale Bank.
Dividenden met nu al 25% roerende voorheffing
Uitzonderingen op deze algemene regel zijn in de eerste plaats dividenden die nu al onderworpen zijn aan een roerende voorheffing van 25%. Hierop blijft sowieso het tarief 25% van toepassing ongeacht de grens van € 20.000 al dan niet overschreden is.
Liquidatieboni
Ook blijven liquidatieboni uitgekeerd aan de aandeelhouders onderworpen aan 10% roerende voorheffing.
Spaarrekeningen
Ook het vrijstellingsregime van intresten op spaarrekeningen t.b.v. momenteel € 1.770 intresten per jaar verandert niet. Over het behoud van het tarief van 15% voor het deel dat dit vrijgesteld bedrag te boven gaat, spreken verschillende bronnen elkaar nog tegen.
Onduidelijk blijft eveneens of deze vrijstelling in de toekomst via de aangifte personenbelasting zal moeten worden gevraagd nadat een initiële inhouding van roerende voorheffing gebeurde. Momenteel kan het houden van meerdere spaarrekeningen bij verschillende banken aanleiding geven tot een misbruik van deze vrijstelling. Een bank kan de al dan niet toepassing van de vrijstelling immers enkel beoordelen op basis van de door haar betaalde bedrag aan intresten.
Staatsbons en verzekeringsproducten
Inkomsten uit staatsbons uitgegeven voor 1 januari 2012 blijven onveranderd een roerende voorheffing van 15% ondergaan. Gebeurt de uitgifte nadien dan wordt dit toch 21%.
Lagere belastingvermindering inzake pensioen
De belastingverminderingen inzake pensioenen zoals persoonlijke bijdragen voor een IPT- of groepsverzekering, premies in kader van het lange termijnsparen, betalingen voor pensioensparen, die momenteel gelijk zijn aan de bijzonder gemiddelde aanslagvoet gelegen tussen de 30 en 40%, verminderen naar 30%. Zo krijgt u momenteel voor uw betaling van € 880 in het kader van het pensioensparen een belastingvoordeel van minimum € 261 en maximum € 348 . In de toekomst wordt dit minimum dus eenvoudigweg het maximum.
Hogere belasting op uitkering op extralegale pensioenen bij vervroegde pensionering op 60 of 61 jaar
Volgens het akkoord wordt de minimale pensioenleeftijd opgetrokken van 60 tot 62 jaar. Vervroegd pensioen zal pas kunnen na 40 jaar werken. In combinatie met deze maatregel is ook voorzien in een belastingverhoging van de extralegale pensioenuitkeringen uit de 2de pensioenpijler gefinancierd met werkgeversbijdragen met name uit groepsverzekeringen en individuele pensioentoezeggingen. Deze uitkeringen zullen worden belast aan 20% op 60 jaar, 18% op 61 jaar, 16,5% op 62 tot 64 jaar en 10% op 65 jaar. Dit houdt een verhoging in van de percentages die momenteel slechts 16,5% bedragen bij uitkering op 60 en 61 jaar.
Hogere prijs voor dienstencheques
De prijs van de dienstencheques wordt vanaf 2013 opgetrokken tot € 8,5. Daarna worden ze geïndexeerd, maar ze blijven wel fiscaal aftrekbaar.
Betaaltelevisie en digitale televisie
Momenteel bedraagt de BTW op betaaltelevisie en digitale televisie 12% maar ook dit verhoogt naar 21%, met andere woorden 9% extra te betalen op uw factuur.
Bron en volledige tekst te vinden op : www.optima.be
- Lezers gaan op zoek naar rendement: waarom vergelijken loont
- Hoeveel wettelijk pensioen kost het jou als je één, drie of vijf jaar vroeger stopt met werken?
- Op de best renderende spaarboekjes kan je maar beperkt sparen: hoeveel brengt dat op?




Log in om reacties to posten. Geen login? Registreer u hier.