Contact

Variabele rente als antwoord op duurdere woonkredieten? Zo bouw je extra bescherming in

Variabele rente als antwoord op duurdere woonkredieten
Kurt Deman

Wie de aankoop van een woning met een lening wil financieren, betaalt vandaag een pak meer dan een jaar geleden. Om die hogere rente niet tijdens de volledige looptijd vast te moeten klikken, biedt een variabele rentevoet mogelijk soelaas. Via verschillende mechanismen kan je ervoor zorgen dat de potentiële stijging van je rentevoet binnen de perken blijft.

Wie vandaag een woning koopt en die voor 81% tot 100% van het aankoopbedrag financiert met een woonkrediet op twintig jaar met een vaste rentevoet betaalt volgens de Rentebarometer van Immotheker Finotheker gemiddeld 3,78% rente. Bij een kredietbedrag van 200.000 euro heb je aan het einde van de rit 83.739,05 euro intresten neergeteld. Twaalf maanden gelden was dat bij een rentevoet van 1,34% nog 27.928,25 euro.

Aanpassingen

Door die stijgende rentevoeten treedt de variabele rente voor het eerst sinds lange tijd weer nadrukkelijker in de schijnwerpers. In dat geval verandert de rente tijdens de looptijd van uw lening in lijn met de referte-indexen. De koers van de Belgische staatsobligaties vormt het uitgangspunt ervan. Hoe vaak uw rentevoet wijzigt, hangt af van uw leningformule. De rentevoet kan ten hoogste elk jaar veranderen.

De lagere aanvangsrente, één van de klassieke argumenten in het voordeel van een variabele rentevoet, weegt vandaag minder zwaar door. Wie kiest voor een variabele rentevoet hoopt er vooral op dat zijn rentevoet gedurende de looptijd van de lening weer zal dalen. Of dat effectief zal gebeuren, blijft koffiedik kijken. Je kan er via de keuze van je leningformule wel voor zorgen dat de impact van rentestijgingen beperkt blijft.

Van 1/1/1 tot 10/5/5

De meeste formules voor variabele woonkredieten omvatten drie cijfers, zoals bijvoorbeeld: 3/3/3. Dat betekent dat je kredietinstelling de rente driejaarlijks aanpast, in functie van de referte-indexen. Bij de formule 10/5/5 gebeurt de eerste aanpassing na tien jaar, gevolgd door vijfjaarlijkse updates. Hoe sneller de herzieningen elkaar opvolgen, hoe meer je je blootstelt aan de evoluties op korte termijn.

Maximale rentestijging

Een ander onderdeel van de kredietformule omvat een ‘+’ en een ‘-‘, of de woorden ‘cap’ en ‘floor’. Die getallen bepalen de vork waartussen je woonkrediet bij een renteaanpassing zal schommelen. Bij een cap 2 – ook wel uitgedrukt als +2/-2 –, kan je aanvangsrentevoet van 3% stijgen tot maximaal 5% of dalen tot minimaal 1%. Sommige banken hanteren ook een hybride formule, waarbij de rente bij de eerste herziening niet kan stijgen of dalen en pas vanaf de tweede herziening met de referte-index meebeweegt.

Het spreekt voor zich dat de gekozen oplossing je aanvangsrente beïnvloedt. Goed om weten is dat – ongeacht je leningformule – de rentevoet maximaal kan verdubbelen. Een aanvangsrente van 3% kan tijdens de looptijd dus nooit hoger oplopen dan 6%.

Accordeonlening

Je kan bij verschillende banken ook kiezen voor een accordeonformule. Je sluit je woonkrediet dan af tegen een variabele rentevoet en betaalt toch maandelijks dezelfde aflossing. De rentestijging wordt in dat geval opgevangen door een verlenging van de looptijd. Het omgekeerde geldt ook: Daalt de rente, dan verkort de looptijd. Het voordeel van die formule is dat je je maandlasten beter onder controle hebt. Al moet je er wel rekening mee houden dat de totale rentelast hoger kan oplopen. Doorgaans beperkt de kredietinstelling de verlenging van de looptijd tot maximaal vijf jaar.

Tip: Maar hier een simulatie van je woonkrediet

 

 

 

Lees ook:

Andere tips over woonleningen

Log in om reacties to posten. Geen login? Registreer u hier.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

& ontvang tips om te besparen