Waarheen met uw spaarcenten?
Veel spaarders zoeken naar alternatieven voor het spaarboekje, opdat hun spaarcenten toch wat beter zouden renderen. Maar let op: aan potentieel hogere rendementen zijn ook risico’s verbonden.
De rentevergoeding van veel spaarboekjes is gedaald tot het wettelijke minimum van 0,11%. Wie goed zijn huiswerk maakt, vindt nog rekeningen die meer bieden. Maar een rente van 1,5% (en dan nog met bepaalde restricties) is echt wel het maximum.
Toch blijft het spaarboekje belangrijk. Van geen enkel ander spaar- of beleggingsproduct kan je zo gemakkelijk geld afhalen. Daardoor is het spaarboekje the place to be voor het spaarpotje om noodgevallen en onvoorziene kosten te financieren.
Bovendien zijn spaarrekeningen heel veilig: je spaargeld is niet onderhevig aan fluctuaties op de financiële markten en bij een faillissement van de bank zijn tegoeden tot 100.000 euro beschermd.
Maar wat als je al een gezonde spaarbuffer hebt en een hoger rendement zoekt voor het andere deel van je spaarcenten? We zetten enkele alternatieven op een rijtje, al kan geen enkel dezelfde veiligheid garanderen als het spaarboekje.
ALTERNATIEF 1: OBLIGATIES
Obligaties zijn traditioneel het toevluchtoord voor spaarders die een defensieve belegging zoeken. Alleen is het ook daar nog moeilijk om rendement te vinden. Kwaliteitsvolle (en daardoor minder risicovolle) overheidsobligaties bieden een hele lage coupon.
Duits staatspapier met een looptijd van 10 jaar brengt -0.05% op. Beleggers verliezen dus een deel van hun inleg als ze hun geld in Berlijn parkeren. Ons land kon onlangs staatspapier op 10 jaar uitgeven aan een bodemrente van 0,22% (spaarders betalen trouwens nog 27% roerende voorheffing).
Dan ben je beter af met een spaarrekening. Een hoger rendement is er op kwaliteitsvolle bedrijfsobligaties, maar ook daar zijn de rendementen pover. Beleggers moeten al uitkijken naar zogenaamde hoogrentende obligaties van minder solide ondernemingen met een groter risico op wanbetaling. Maar een defensieve belegging is dat niet.
ALTERNATIEF 2: AANDELEN
Op de lange termijn kunnen aandelen een hoger rendement bieden. Maar de aandelenmarkten kunnen ook sterk schommelen. Wie begin dit jaar 10.000 euro stopte in de Bel20 (de index met de belangrijkste Belgische aandelen) staat intussen op een verlies van 700 euro. Die schommelingen zijn eigen aan de beurs. Net daarom zijn aandelen enkel geschikt voor wie zijn spaarcenten lange tijd kan missen (reken op minstens 5 à 7 jaar en liefst nog veel langer).
Wie kiest voor individuele aandelen, moet bovendien een mandje samenstellen met minstens 15 aandelen. Die diversificatie moet ervoor zorgen dat het totale rendement niet afhankelijk is van een handvol aandelen. Dat vereist niet alleen veel huiswerk, maar ook een continue opvolging.
ALTERNATIEF 3: BELEGGINGSFONDSEN
Beleggingsfondsen zijn voor ‘luie’ beleggers die niet zelf op zoek willen gaan naar individuele aandelen, maar dat liever overlaten aan een professionele fondsbeheerder. Ook de spreiding is een voordeel.
Met een investering in één fonds beleg je in tientallen of zelfs honderden aandelen of obligaties. Die diversificatie beperkt tot op zekere hoogte de risico’s. Maar vergis je niet: als de financiële markten crashen, dan zijn er maar weinig fondsen waar dat geen effect op heeft.
Veel beleggers nemen intussen hun toevlucht tot gemengde fondsen, die zowel in aandelen als obligaties investeren. Die fondsen hebben een iets defensiever karakter dan de pure aandelenfondsen en ze zijn vorig jaar uitgegroeid tot het populairste fondsentype.
Spreiding is ook in een fondsenportefeuille heel belangrijk. Stop niet alles in hetzelfde fonds, maar verdeel de spaarcenten over fondsen die investeren in verschillende activa (zoals aandelen, obligaties of grondstoffen) en in verschillende regio’s (zoals Europa, de Verenigde Staten en groeilanden).
En net zoals bij individuele aandelen en obligaties is een lange beleggingshorizon cruciaal. Let ook op de kosten: vaak zijn er in- en uitstapkosten en ook jaarlijkse beheerskosten. Die kunnen een flinke hap uit het rendement nemen.
ALTERNATIEF 4: VASTGOED
Er zijn voordelen aan de verhuur van een kleine studio, appartement of huis: regelmatige huurinkomsten en een mogelijke meerwaarde bij de verkoop. Het nadeel? Je hebt toch een aanzienlijk kapitaal nodig, ook al is het door de lage rente makkelijker om dat (deels) te financieren bij de bank. Omdat vastgoed zo kapitaalintensief is, is het voor de meeste spaarders niet mogelijk om de risico’s (zoals leegstand) te spreiden over meerdere panden.
Om een betere spreiding te realiseren, kunnen beleggers kiezen voor beursgenoteerd vastgoed. De gereglementeerde vastgoedvennootschappen investeren in verschillende soorten panden (zoals kantoren, rusthuizen of winkelcentra) in verschillende regio’s. Ze keren meestal ook een aantrekkelijk dividend uit.
Bij dergelijke aandelen komt het er op aan om geen al te grote premie te betalen bovenop de eigenlijke waarde van het onderliggend vastgoed. Dat is momenteel geen sinecure, want de koersen van deze aandelen zijn vaak al fors opgelopen.
- Op de best renderende spaarboekjes kan je maar beperkt sparen: hoeveel brengt dat op?
- Sparen met gewaarborgd rendement van 3,50% bruto: genoeg om inflatie te kloppen?
- Lezers gaan op zoek naar rendement: waarom vergelijken loont




Log in om reacties to posten. Geen login? Registreer u hier.