Contact

Wanneer trekken de grote banken de rente op?

Wanneer trekken de grote banken de rente op
Johan Van Geyte

Iedereen zit erop te wachten, maar het gebeurt niet. Of toch niet in de mate waarin het wordt verwacht. Ondanks alle druk hebben de banken de rente op spaarrekeningen nog altijd maar met mondjesmaat verhoogd. Hoe komt dat en wat mogen we verwachten?

U kent ongetwijfeld de oproep vanuit de politiek. De commerciële banken worden slapend rijk. Ze geven hun klanten 1% op hun spaarrekening en vangen intussen zelf 4% als ze dat geld zonder risico doorplaatsen bij de Europese Centrale Bank (ECB). Hun rentemarge explodeert.

Zo simpel is het in de praktijk niet. Om het duidelijk te maken, gaan we uit van een sterk vereenvoudig schema. We nemen een commerciële bank die 10 miljard euro aan spaargeld heeft opgehaald en daarmee voor 8 miljard euro aan leningen heeft toegekend en de resterende 2 miljard euro bij de Europese Centrale bank heeft geplaatst.

Veronderstel dat een commerciële bank de spaarder 1% rente geeft. Dat levert haar 100 miljoen euro aan intrestkosten op. Aan de andere kant kan ze bijvoorbeeld 2% aan intresten krijgen op de leningen die ze heeft toegekend, of in ons voorbeeld 160 miljoen euro. Het restant van 2 miljard levert haar bijvoorbeeld 1,5% rente op, goed voor 30 miljoen euro. Anders gezegd: de bank heeft 100 miljoen euro kosten en 190 miljoen euro inkomsten. Of: 90 miljoen euro winst.

Ga er nu even vanuit dat de rente sterk stijgt en de bank 2% rente geeft op haar spaargelden. Dat verhoogt haar intrestkosten tot 200 miljoen euro. Op de 8 miljard euro aan leningen die ze heeft toegekend, blijft de rente evenwel maar 2% of 160 miljoen euro. In ons land worden de meeste leningen immers tegen een vaste rente afgesloten. Een stijging van het rentepeil heeft hierop geen invloed. De opbrengst bij de ECB stijgt wel: bijvoorbeeld tot 2,5%, in ons voorbeeld goed voor 50 miljoen euro. Slotsom: tegenover 200 miljoen euro aan rentekosten heeft de bank 210 miljoen euro aan rente-inkomsten, wat haar dus nog 10 miljoen euro aan winst oplevert.

En wat als de rente nog sterker stijgt en de bank 3% op haar spaarrekeningen biedt. Dan stijgt de rentefactuur tot 300 miljoen euro. De inkomsten uit de leningen blijven op 160 miljoen euro. En de rente bij de ECB gaat naar bijvoorbeeld 4%, wat 80 miljoen euro oplevert aan de bank. Slotsom: tegenover 300 miljoen euro staan 240 miljoen euro aan inkomsten en de bank lijdt 60 miljoen euro verlies.

 

Vertraging

Tot op heden zijn het vooral de banken die geen grote bedragen aan leningen hebben uitstaan, die de rente hebben kunnen optrekken. Zij profiteren het meest van de gestegen rente bij de ECB. Hetzelfde geldt voor banken die vooral leningen met een variabele rente hebben toegestaan, want dan stijgen hun inkomsten mee. In de meeste landen is dat trouwens het geval en meteen ook de reden waarom in het buitenland de spaarrente al sterker is opgelopen dan in België.

Als de banken nieuwe kredieten toestaan, gebeurt dit uiteraard tegen een hogere rente dan in het verleden. Maar deze nieuwe leningen vervangen slechts geleidelijk de leningen die op eindvervaldag komen. Het duurt dus een poos vooraleer de rente op de totale portefeuille aan kredieten zich heeft aangepast aan de hoge rente.

De aanpassing voor de spaarrekeningen gebeurt echter meteen en tevens onmiddellijk op het hele bedrag. Bovendien is het verschil tussen de tarieven die de banken geven op de spaarrekening en het tarief dat ze krijgen bij de ECB niet allemaal winst. De overheid heft namelijk een bijdrage op het bedrag dat bij de banken op een spaarrekening staat. Het is de vergoeding voor de staatsgarantie die ze geeft op spaargelden tot 100.000 euro per persoon en per instelling.

Begin september probeerde de overheid de banken onder druk te zetten om hun rente sneller te verhogen door een staatsbon op 1 jaar op de markt te brengen met een nettorente van 2,805%. Toch zette dit hen niet aan om versneld te rente op te trekken. In het beste geval kwamen ze tijdelijk met een termijnrekening met een competitieve intrestvergoeding. Zodra de inschrijvingsperiode voor de staatsbon was afgelopen, verdwenen ook deze aanbiedingen.

Dat dit de banken niet meteen aanzette tot het sterk verhogen van de rente op hun spaarrekening had een reden. De spaarrekening is niet vergelijkbaar met een staatsbon of een termijnrekening. In het eerste geval kan de consument zijn gelden dagelijks opvragen. In het tweede geval is dat niet het geval. Zijn gelden liggen dan meteen voor een langere periode vast.

Samengevat: als alles normaal verloopt, zullen de renteverhogingen op de spaarrekening wel komen, het is alleen een kwestie van tijd.

Tip: Hier vindt u de opbrengsten van de spaarboekjes in ons land

 

 

 

Lees ook:

Andere tips over spaarrekeningen

Log in om reacties to posten. Geen login? Registreer u hier.

Schrijf je in op onze nieuwsbrief!

& ontvang tips om te besparen