Gelden voor gehuwden en samenwonenden andere regels bij een woonlening?

0
Reageer

Gelden voor gehuwden en samenwonenden andere regels bij een woonlening?

Waarop moeten gehuwden en samenwonenden letten als ze een woonlening willen afsluiten? Een overzicht.

Gehuwden

Het kopen van een woning en het afsluiten van een woonlening zijn sleutelmomenten in een mensenleven. Daarom doet u er goed aan om goed voorbereid aan de start te komen.

Een van de belangrijkste beslissingen die u moet nemen is wie eigenaar van de woning wordt. Bent u dat zelf? Is het uw partner? Of wordt u het elk voor de helft? Of de ene bijvoorbeeld voor 30 procent en de andere voor 70 procent?

Gehuwden moeten rekening houden met de regeling van hun huwelijksvermogen. Als ze geen huwelijkscontract hebben afgesloten, vallen ze onder de wettelijke regeling. Die voorziet in drie vermogens: het eigen vermogen van de ene echtgenoot, het eigen vermogen van de andere echtgenoot en het gemeenschappelijke vermogen. Het eigen vermogen bevat de bezittingen en schulden die elke echtgenoot al had bij zijn huwelijk, alsook de bezittingen en schulden die hij erfde. Bezittingen en schulden die het koppel na het huwelijk verkreeg, behoren tot hun gemeenschappelijke eigendom.

Gehuwden kunnen niettemin afwijken van deze wettelijke regeling en bijvoorbeeld opteren voor een strikte scheiding van goederen, waarbij er alleen een eigen vermogen van de ene en een eigen vermogen van de andere partner overblijft. In dat geval is er dus geen gemeenschappelijk vermogen. Er zijn hoogstens bezittingen en schulden die ze in onverdeeldheid hebben en dus nog moet worden verdeeld over de twee eigen vermogens. Daarnaast kunnen ze ook opteren voor een algemeenheid van vermogen. In dit geval zijn al hun bezittingen en schulden gemeenschappelijk. Ten slotte kunnen ze ook een volledig vrije verdeling maken.

Toch is deze verdeling niet absoluut. Zo zijn er bijzondere regels voor de gezinswoning. Die kan perfect tot het eigen vermogen van een van beide partners behoren, maar er geldt wel een bescherming voor de inwonende partner. Hij kan immers niet uit de woning worden gezet, tenzij na een ontbinding van het huwelijk.

Samenwonenden

Wie niet gehuwd is, kan ook samenwonen. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen feitelijk samenwonenden en wettelijk samenwonenden.

Feitelijk samenwonenden huizen gewoon samen, zonder verdere formaliteiten. Dit heeft voor gevolg dat de woning aan een van beiden kan toebehoren. Er is echter geen bescherming voor de inwonende partner. Die kan vlot uit het pand worden gezet.

Wettelijk samenwonenden hebben hun samenwoonst dan weer laten registreren voor de ambtenaar van de burgerlijke stand. Hierdoor worden ze voor een groot deel gelijkgeschakeld met gehuwden en kan de partner niet uit het huis worden gezet.

In tegenstelling tot bij gehuwden bestaat bij samenwonenden geen gemeenschappelijk vermogen dat van beiden is. Er is hoogstens een onverdeeldheid voor goederen die nog niet zijn toegewezen aan de ene of de andere partner.

Dit belet niet dat samenwonenden ook een woning kunnen kopen. Dat kan in een verhouding 50/50, maar ook in gelijk welke andere verhouding. Elk wordt dan eigenaar van zijn deel in de woning.

Gevolgen voor de lening

Dit alles heeft ook gevolgen voor wie een lening voor de gezinswoning wil afsluiten. Er wordt immers een onderscheid gemaakt tussen tussen gehuwden en wettelijk samenwonenden enerzijds en feitelijk samenwonenden anderzijds. Bij de eerste groep geldt immers de bescherming voor de partner, bij de tweede groep niet. Dat betekent dat het verblijf niet verkocht kan worden of in pand (hypotheek) kan worden gegeven zonder de toestemming van de andere, zelfs niet als het uitsluitend eigendom van een van hen is. De bank zal dan ook aan beide partners vragen om te tekenen voor de woonlening.

Feitelijk samenwonenden kunnen dan weer apart een woning kopen en een hypotheeklening aangaan zonder inmenging van hun huisgenoot. En willen ze het samen kopen met hun partner, dan kunnen ze kiezen tussen een gezamenlijke lening en twee aparte kredieten, bijvoorbeeld elk voor 50%.

Fiscale gevolgen

Ook fiscaal zijn er gevolgen. Zo geniet elke feitelijk samenwonende slechts de belastingvermindering van de woonbonus voor zijn aandeel in de eigendom van de woning (niet voor het aandeel in de lening, dit kan anders zijn). Is de woning slechts van één persoon, dan krijgt alleen de 100%-eigenaar een fiscaal voordeel en de andere niets.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden kunnen een ruimer fiscaal voordeel hebben. Zo kunnen huwelijkspartners die niet gehuwd zijn met scheiding van goederen beiden genieten van de woonbonus, zelfs al maakt de woning deel uit van het eigen vermogen van een van hen. Ze mogen de voordelen ervan bovendien onderling zodanig verdelen dat ze er het grootste profijt uithalen.

Voor gehuwden met scheiding van goederen en wettelijke samenwonenden geldt dit ruimere voordeel alleen als ze allebei volle mede-eigenaar, erfpachter of vruchtgebruiker zijn. Dat hoeft zelfs niet in de klassieke 50/50-verhouding te zijn. Een mede-eigendom van 1% is voldoende om beiden het voordeel van de woonbonus en - binnen de grenzen van het maximum per persoon - de fiscale optimalisatie ervan te geven.

Een voorbeeld. Veronderstel dat Jelle en Stefanie samen een woning bezitten die voor 80% eigendom is van Jelle en voor 20% van Stefanie. Ze hebben een woonlening lopen, waarvoor ze 5.000 euro hebben afbetaald aan kapitaal, intresten en premies voor de schuldsaldoverzekering. Als ze geen kinderen hebben, hebben ze recht op een woonbonus van 1.520 euro. De eerste tien jaar van de lening komt daar nog 760 euro bovenop, wat het maximaal aftrekbaar bedrag op 2.280 euro brengt.

Als Jelle en Stefanie gehuwd zijn of wettelijk samenwonen, kunnen ze beiden hun woonbonus tot 2.280 euro volledig benutten. Het geeft hen een belastingvermindering van elk 912 euro of samen 1.824 euro.

Wonen Jelle en Stefanie feitelijk samen, dan kunnen ze maar van de woonbonus genieten tot hun deel in de eigendom, zelfs al is hun aandeel in de lening anders. Jelle kan dan zijn woonbonus van 2.280 euro volledig benutten, waardoor hij eveneens recht heeft op een belastingvermindering van 912 euro, Stefanie niet. Bij haar blijft het bedrag dat in aanmerking komt beperkt tot 5.000 euro x 20% of 1.000 euro zodat ze slechts recht heeft op een belastingvermindering van 400 euro.

Gevolgen bij overlijden

De keuze van de samenlevingsvorm heeft ten slotte ook gevolgen bij het overlijden van de eigenaar van de woning.

Bij gehuwden erft de langstlevende steeds het vruchtgebruik op de volledige gezinswoning. Hij of zij kan er dus blijven wonen. Dit recht kan niet worden ontzegd.

Bij wettelijke samenwonenden geldt dat de langstlevende eveneens het vruchtgebruik krijgt op de volledige gezinswoning, maar kan dit recht via een testament worden ontnomen.

Feitelijk samenwonenden erven niet van mekaar. Willen ze dat toch, dan dienen ze een testament op te maken.

Keuze

Welke keuze u maakt, hangt van uw persoonlijke voorkeuren af. Aan elke samenlevingsvorm zijn voor- en nadelen verbonden. Daarom raadpleegt u best vooraf een notaris.

Op zoek naar voordelige lening?

Voordelige lening

Spaargids.be bundelde voor u overigens de meest voordelige leningen en de bijhorende schuldsaldoverzekeringen van het moment.

Lees meer:
- Woonleningen blijven erg goedkoop 
- Helft leent meer dan 80% van de waarde van zijn woning 
- Is een eigen huis je beste investering?

Vindt u het artikel interessant? Geef uw score
(2 stemmen, gemiddeld 3.5 van de 5)


Categorie: Algemeen nieuws over lenen